Podcast #3: Wijst jouw peuter je af? Jouw kind als spiegel. Systemisch Coach Oscar vertelt. Met tips!

Podcast #3: Wijst jouw peuter je af? Jouw kind als spiegel. Systemisch Coach Oscar vertelt. Met praktijkvoorbeelden en tips.

Omdat ik het belangrijk vind om systemische kennis te ontsluiten doe ik dit podcast project. Geniet je mee?

Lees je liever?

Onderstaande is de uitwerking van deze podcast. Dankbaar ben ik voor zowel de interviewer (Raphaela van der Hoeven) als degene die het helemaal uitgetypt heeft (Natalia Omegova). Dank voor de samenwerking!

Wijst jouw peuter je af? Jouw kind als spiegel.

Welkom luisteraars bij weer een nieuwe podcast over systemisch werk waarin ik coach Oscar Westra van Holthe, gespecialiseerd in familieopstellingen, een interessante vraag stel. En vandaag stel ik hem de vraag: Wat zou de oorzaak kunnen zijn van een kind dat al op zeer jonge leeftijd een afkeer heeft tegen één van de ouders?

Eh Jonge leeftijd... wat bedoel je daarmee?

Nou… zo ongeveer van 0 tot 4 jaar.

Ok, ja. Dat is natuurlijk puur speculatie als we dat zo hypothetisch stellen. Dus dat zou je eigenlijk per geval moeten bekijken, bijvoorbeeld, met een opstelling. Natuurlijk kan ik er wel wat algemeenheden over zeggen. Dus laat ik een poging doen. Het is natuurlijk vrij uitzonderlijk dat een jong kind al zo’n afkeer tegen een ouder kan hebben. Toch schijnt het heel vaak voor te komen. Ik moet eerlijk zeggen dat ik de cijfers niet zo even paraat heb. Waarom dat zo uitzonderlijk beschouwd wordt is omdat we het beeld hebben van dat een baby’tje als een onbeschreven blad wordt geboren. Aristoteles begon ermee, en Thomas Acquinas heeft dat later overgenomen – dat we als een soort een onbeschreven blad ter wereld komen. Echter, baby’tjes hebben vaak ook een eigen karakter en vaak worden ze al geboren in een familiesysteem met daarin bepaalde gevoeligheden voor bepaalde dynamieken. Dus kan je bijvoorbeeld denken aan wanneer er in de familie al traumatische gebeurtenissen zijn geweest (branden, zelfmoorden, oorlogen), dan wordt een kindje al geboren met een bepaalde vorm van stress, bijvoorbeeld in het lijf; [dit] omdat genen worden geactiveerd op het moment dat sociale omstandigheden heftig of overweldigend zijn. Dat noemen ze ook wel epi-genetica. En dat is inmiddels ook al een tak van een sport; waarbij ze kijken naar de omgevingsfactoren en hoe die van invloed zijn op het activeren van bepaalde genen. Dus je kan bijvoorbeeld kijken naar stressgenen of genen die met stress te maken hebben. Rachel Yehuda, een Amerikaanse, heeft daar interessant onderzoek naar gedaan. Dat is ook gepubliceerd in een Biological Psychiatry. Ze onderzocht dan ook hoe de Holocaust van invloed is geweest op overlevers daarvan en vooral ook op de komende generaties. Wat ze vond is dat veel stressgerelateerde hormonen geactiveerd waren in de generaties die na het overleven van de Holocaust kwamen, zonder dat ze dat zelf hadden meegemaakt. Dat zijn eerste bevindingen van een eigenlijk heel nieuw onderzoeksveld dat nu echt opkomend is. De meeste mensen die een basis psychologie les hebben gehad die kennen het Stanford prison experiment wel; waarbij ze twee groepen studenten –naar ik meen– opsplitste in de ene groep als bewakers en de andere groep als gevangenen. En wat daarin heel duidelijk werd – ze moesten het experiment eerder afbreken – is dat de situatie die je dus creëert dat die een hele grote invloed heeft op het gedrag van mensen. Bewakers werden zo gewelddadig dat ze eerder moesten stoppen omdat het gevaarlijk zou worden voor de gevangenen, wat gewoon randomly assigned studenten waren.

Dus wanneer een peuter afwijzend is naar één van de ouders dan zeg je dus eigenlijk dat dit overgeërfde gevoelens kunnen zijn?

Nou sterker nog, dat kan wel tot zeven generaties terug gaan; tot daar kunnen we gevoelig zijn voor bepaalde trauma’s. Dus dat gaat vrij ver. En dat valt ook lang niet altijd meer terug te halen. Dus wat dan ook belangrijk is is niet zo zeer dat we precies weten hoe en wat maar dat we ons er toe leren te verhouden.

En hoe doe je dat dan – dat leren van verhouden naar die overgenomen energie?

Laat ik een voorbeeld geven. Een cliënt kwam naar mij toe en zei van: “Ik ben erg bang voor dat er vuur uitbreekt in mijn huis. En dat is een dingetje bij mij maar ook in onze familie.” Met een beetje doorvragen wat er dan gebeurd was, bleek er al een grootmoeder overleden te zijn door vuur, bleken er twee nichtjes overleden te zijn verderop in de lijn. Grote kans is dat die angst voor vuur in eigen huis – overal rookmelders, sprinklers en weet ik veel wat– dat dat eigenlijk als het ware een soort overgenomen angst is. Toen we dat hebben opgesteld hebben we de verschillende mensen (slachtoffers van vuur, de kracht van vuur) opgesteld. En wat je daarin heel duidelijk zag –in mijn woorden, in mijn begrip op dit moment– is dat zij zich als kindje zich heel erg aangetrokken voelde tot de slachtoffers die daar zijn gevallen door dat vuur. Grote kans is dat in die familie daar echter niet meer over gepraat werd omdat dat een té pijnlijk hoofdstuk was. En als babytje, als jong kind, word je daar loyaal aan. En in die opstelling zag je dat heel duidelijk – dat de slachtoffers, die zusjes en die oma daar zo lagen, en dat de cliënt daarnaartoe toegetrokken werd. Op het moment dat ik het vuur ook inbracht was er ook een andere realisatie, namelijk dat vuur niet alleen iets negatiefs kan hebben, dus dat het heel zwaar, overweldigend en dood betekent, maar het betekent ook een soort van nieuw begin. Dat was voor de cliënt toen heel belangrijk en dat was een soort van 180 graden verschil van houding daar tegenover. Dus in plaats van angst ook te zien dat daar kracht inzit. Dit zijn dus niet zo zeer hele bewuste processen, dat we echt denken van ”Oja dat is er gebeurt”, maar dat zijn als het ware onbewuste loyaliteiten die we dan kennen.

Ok, dus eigenlijk heeft het vooral met andere generaties te maken?

Ja, een groot deel ervan is overgenomen gevoelens, angsten, stress. Echter, het is ook vaak veel directer nog. Er zijn dan ook veel opstellers die onderzoeken hoe de oorsprong van het kindje een bepalende factor voor diens leven is. Zo je moet denken bijvoorbeeld aan dat een vrouw verkracht is. En daar uit een kindje uit komt. Dat is natuurlijk een gewelddadige energie die in het ontstaan van dat baby’tje een rol speelt. Wanneer de moeder zichzelf of het kind door die gebeurtenis afwijst (en dat niet uitspreekt) kan het dus zijn dat het kind die energie als het ware overneemt. Dus dat het kind de moeder gaat afwijzen; terwijl het eigenlijk de moeder’s afwijzing is naar zichzelf toe: dat ze niet daar had moeten zijn, dat ze zich niet had moeten inlaten met die man. Of het kan een afwijzing zijn naar de persoon in kwestie die tot de daad is overgegaan. Natuurlijk kan het ook zijn dat een moeder die zwanger wordt op een gegeven moment bedenkt dat die dat kind niet wil. Dus dat het niet uitkomt op dat moment omdat moeder nog wil studeren of [omdat] moeder nog andere plannen [heeft] met haar leven. En dus dat er bijvoorbeeld ook pogingen zijn om het kind de wereld uit te helpen. Bijvoorbeeld dat moeder express op haar buik valt of zichzelf in de buik slaat om [er] maar [voor] te zorgen dat dat kind er niet komt. Die afwijzing kan natuurlijk ook overgenomen worden door dat kleine hoopje cellen dat dat dan wellicht nog is. Dat is niet een heel bewust proces, maar dat is een energetisch proces. Kijkt een moeder uit naar de komst van het kind, dan is dat een andere energie dan wanneer de moeder er niet op zit te wachten en eigenlijk haar handen al vol heeft aan zichzelf er er niet nog iemand bij kan hebben. Of zich vast voelt zitten in haar eigen belevingswereld. Op het moment dat je als ouder daar niet de verantwoordelijkheid in claimt, dus dat gevoel [van zelfhaat of boosheid naar een ander] claimt, kan dat zijn dat het kind een spiegel wordt van dat wat er in de ouder omgaat. En dat kan bij de ene ouder zijn, dus bij de moeder in dit geval, maar dat kan natuurlijk ook bij de vader spelen. Namelijk dat de vader op energetisch niveau moeder afwijst, haar niet acht en dat je als kleine uitgenodigd wordt om de vaders-dochter te zijn (die natuurlijk loyaal is aan de ideeën die daar bij vader liggen). Of andersom, dat je een moeders-zoon wordt die loyaal wordt aan de gedachtes van moeder over vader. Dus dat is bijvoorbeeld als vader wel fysiek aanwezig is maar emotioneel afwezig, dan kan een moeder daar oprecht op neerkijken. Dus waar je toe wordt uitgenodigd is eigenlijk twee soorten plekken (vanuit het systemische gezien): het ene is triangulatie – dat is wanneer je gaat mediaten (bemiddelen) tussen een vader en een moeder die ergens niet uit komen. En als kindje wil je gezien worden; dus je gaat op de plek staan waar je gezien wordt. Als je niet in je levensenergie wordt ontvangen, dan ga je dus op een plek staan die heel moeilijk is voor de ouders om naar te kijken zodat je maar in ieder geval opvalt. En vaak is dat een soort van tussenplek: tussen de ouders. En dus zo zie je bijvoorbeeld dat jonge kinderen al ernstige ziektes kunnen oplopen, soms is dat ook genetisch al bepaald en zit dat al in de familie, maar vaak heeft dat ook een emotionele functie. Het is interessant om die emotionele functie te onderzoeken, omdat –stel nu even dat ouders op energetisch niveau niet echt de liefde meer voelen en niet meer echt leven– dan kan het zijn dat het kindje allerlei ziektes fakedt om er maar voor te zorgen dat papa niet [weer] op  (wereld)reis gaat. En dat kunnen op den duur ook echt gewoon fysieke ziektes worden waardoor de ouders niet uit elkaar kunnen; en waardoor het kindje dus de ouders bij elkaar houdt, energetisch gezien. En dat zie je natuurlijk ook veel –dat veel ouders bij elkaar blijven, ook al is die liefde er niet meer of voelen ze het even niet meer–, dat is dan omwille van de kinderen. Ergens is het heel erg verstandig (bij elkaar blijven) omdat een kind beide ouders nodig heeft, maar ergens nodig je daarmee –op het moment dat je niet daar niet de eigen verantwoordelijkheid in neemt als ouder– ook het kind uit om daar [in de volwassen relatie dus] een rol te spelen. [De andere rol is dat je je juist bewust of onbewust afzet tegen de ouder. Je slaat juist door naar de andere kant. Alles wat je ouders je verbieden trekt jou aan.]

Dus de dynamiek die tussen de ouders speelt is eigenlijk al heel erg voelbaar voor een heel jong kind?

Ja helemaal. Een ouder heeft daar een grote invloed op. Maar een kind doet daar ook iets in. Dat doet ’t niet vanuit een bewustzijn, wat we als volwassenen wel kunnen hebben, maar vanuit een soort onbewust handelen. Stel dat we voelen dat mama verdriet heeft of dat papa ergens niet in gezien wordt, dan gaan we als kind daarvoor zorgen emotioneel gezien. Dus hoewel we fysiek gezien gewoon eten krijgen van onze ouders (in veel gevallen; genoeg ook), gaan we emotioneel gezien een goede band met papa hebben, worden we een vadersdochter of een moederszoon [in het geval van moeder als belangrijkste tegenover]; en worden we een beetje vertrouwenspersoon. Dan gaan we op een plek staan, misschien ook wel op die van de ouders; of misschien zelfs worden we [als kind] de ouder van de ouder. Dus als een volwassene [welke] diens ouders heeft gemist, dan kan het heel goed zijn dat deze met die [opvul] intentie een kindje krijgt om dat gat en gemis [van het verlies van hun (voor)ouders] in/op te vullen. Dus dat het kindje op de plek van die [voor]ouder komt te staan emotioneel gezien, welke verwachtingen (promise) het [kind] [never nooit] niet kan waarmaken. Want het is niet diens plek. De plek van het kind is gewoon kind zijn. En that’s it, nothing else. Dus de vraag die ik mij altijd stel als jonge kinderen  een andere ouder afwijzen: “Hoe zit het tussen de ouders?" In een echtscheiding zie je dat bijvoorbeeld veel, de ene of anderzijds uit elkaar gaan, dat de man vertrokken is met een jonge vrouw (of andersom kan natuurlijk ook) of een buitenechtelijke affaire heeft, de man of de vrouw met een ander, dan zie je dat het kind vaak die energie die tussen de ouders dan leeft (van afgunst, boosheid, woede,  verdriet), die eigenlijk gaat overnemen. En daarmee wordt het kind dan ook een soort een spiegel van de dynamiek tussen de ouders. Het doet me denken aan een, volgens mij is het een therapeut, ben even zijn naam kwijt, die onderzoek heeft gedaan naar hoe je met huilbabies om kan gaan. In plaats van met de baby bezig te zijn en de baby in een bepaalde positie te houden (wat ook heel erg kan helpen), vond hij uit dat je, als je een vrouw met een huilbaby had staan en hij legde zijn hand op de onderrug van de vrouw, dan stopte het babytje met huilen. Dat was natuurlijk heel raar om dat te merken en wat zijn verklaring daarvoor was is “dat op het moment dat moeder (in dit geval zich gesteund voelde door een man of zich gesteund voelde in zichzelf, zich gedragen voelde), dan kon zij ook het kind dragen en het kind aan en dus hoefde het kind ook niet meer attentie [aandacht] ergens voor te vragen." Dus daarin zie je heel duidelijk dat het kind een spiegel kan zijn voor de ouders.

Dus, om even terug te komen op mijn vraag, wat dus de oorzaak zou kunnen zijn van een kind, een heel jong kind, wat zijn/haar moeder afwijst op een heel jonge leeftijd, dat kan dus te maken hebben met het feit dat de moeder zichzelf misschien afwijst in de liefde of in het geluk en dan een kind haar spiegel daarin is?

Ja, en in dat geval is dat dan een overgenomen gevoel van het kind van de moeder. Ja, en in andere gevallen is dat weer een overgenomen gevoel van een vader naar een vrouw; of van een samenleving naar [bijvoorbeeld] een vrouw.

Zou jij nog een advies kunnen geven aan ouders die te maken hebben met een kind dat één van hen afwijst?

Advies in het algemeen heeft niet zo veel zin wat mij betreft. Want je moet het echt per persoon weer bekijken, per ouderschap, per gezinssituatie. Maar wat ik wel zou kunnen aanraden is: Allereerst, als ouder, als aankomend ouder, als reeds ouder of als ouder-ouder (die al kinderen uit huis heeft, wellicht al kleinkinderen): Pak je eigen thematiek aan. Dus leg die niet bij je kinderen neer. Dat zou ik als eerste willen zeggen. Dan kan je bijvoorbeeld denken aan… [dat] er zijn genoeg mensen die –als de ouders niet konden communiceren– [in de volgende situatie zaten, namelijk dat] het kind van de ene slaapkamerdeur naar de andere slaapkamer liep om de boodschapper te zijn. Dat soort dingen, ja, dat is toch echt wel traumatisch voor een kind. En daarin ga je ook in een zekere zin iets niet aan met elkaar [binnen] de ouderrelatie. Dus als je in een conflictsituatie zit of in het niet praten met elkaar of het lastig vindt om te communiceren, schakel daarbij hulp in; of neem daar verantwoordelijkheid in om directe communicatie tussen de ouders te houden en niet het kind daarbij te betrekken. [Mijn] tweede [punt] sluit hierop aan: dat is dat je ook heel duidelijk volwassen zaken en kind-zaken gescheiden hebt te houden. Dus dat je ook zegt aan het kind dat wel heel erg lief gaat doen of wel vanuit liefde jou wil helpen (emotioneel gezien) of er voor je wil zijn, dat je zegt: “Nou lieve schat, ik hou heel erg van je, maar dit is even tussen mij en je vader, dus dit is niet aan jou.” Dus dat je het heel duidelijk scheidt; waarin je ook best wel even kan aangeven waarom je dat belangrijk vindt. “Dit zijn grote mensen zaken en dit zijn kinderzaken.” En daarin kan je dus van de jongsten, waar we het nu over hebben, [die] van 0 tot 4, kan je de signalen [daarvan] opvangen als spiegels van jouw relatie. Dus als voorbeeld van een cliënt van mij: een klein kind van anderhalf, kwam, wanneer de familie buiten zat, die kwam met een foto van opa (die twee jaar terug overleden was) naar buiten en die zegt: “Oma, opa kusje geven!” en die houdt de foto zo voor oma. Ofwel, op het moment dat er een samenzijn is en opa wordt daarin niet meegenomen, dan wordt het kind een spiegel van “Hey, vergeet hem niet!”. En in het geval van een afwijzende kleine, van jou of van je man of van je vriend waarmee je het kind hebt, of vriendin, [stel jezelf de vraag:] waarin word je slachtoffer als ouder en waarin slachtoffer jij jezelf? Waarin ben jij de dader naar jezelf toe? Dus waarin wijs je jezelf af, zonder dat je het wellicht uitspreekt, maar welke spiegel je wel terugkrijgt van je kind? Of door wie of wat voel je je afgewezen waar je eigenlijk geen grens in stelt? En onderzoek ook eens wat de initiële intentie was om het kind te nemen. Was dat om de relatie te redden? Was dat omdat je echt graag nieuw leven wilde maken? Was dat omdat de relatie een beetje saai was? Was dat omdat je het gemis niet in jezelf kon dragen nog? Of is het om daadwerkelijk iets door te geven? En wat is dat dan? Wat is die essentie? Is dat tegen iets of is dat vóór iets? En kinderen, met alle respect, dat zijn de meest zuivere spiegels die je je kan toewensen in dit leven. En die spiegels zijn keihard, radicaal eerlijk, maar, als je mij vraagt, het zeker waard. En op het moment dat je dan soort van off-guard wordt verrast, dan ga je ook herkennen welke overlevingspatronen je hebt ontwikkeld om maar sommige pijnlijke stukken niet aan te gaan. Op het moment dat je dan vanuit een soort overlevingsdeel gaat reageren, dus met boosheid eroverheen, overweldiging, of met juist een soort slachtofferschap van “Ik weet het allemaal ook niet!” en “Ik geef mijn hele leven op voor jou. Jij kind, jij moet dankbaar zijn voor mij; en dat kan je alleen doen door dit en dat en X en Y en Z te doen.” Dan is het interessant om die patronen te gaan doorzien. Dat kan bijvoorbeeld met een vloerankeropstelling, waarbij je gaat zien dat, op het moment dat je ergens in wordt geraakt, [dat je inzicht krijg in de vraag] hoe ga je [daarmee om]? Welke lijntjes, welke patronen loop je dan door? Dus stoot je het dan weg? Neem je afstand? Ga je daar head on op; dus word je juist heel streng naar je kind en onderdruk je eigenlijk diens wil? En het is echt niet als dat een keer gebeurt [die onderdrukking en overpowering], dat je daarmee een slechte ouder bent. Ik geloof er namelijk in dat we allemaal ons uiterste best doen en dat "wat we kunnen geven, dat we dat geven". Maar grote kans is dat, op het moment dat we vanuit onze overlevingsmechaniek reageren, [vanuit] onze automatismes, dat we soms ook, nu ja, niet soms, maar [dat er] eigenlijk altijd ook overlevingsdelen gespiegeld worden. En één van die overlevingsdynamieken kan dan zijn de afwijzing van jou door je kind.

Nou, Oscar, je hebt ons er heel veel over verteld. Bedankt daarvoor.

Graag gedaan.

Ik denk dat dit heel inzichtgevend kan zijn voor veel jonge moeders of vaders. Voor hun het advies om dus goed naar zichzelf te kijken. Kun jij daarin nog iets betekenen voor hen?

Nou, wat een goede vraag! Toevallig! :p Ik doe veel relatietrajecten, het zijn vaak jonge ouders die een druk leven hebben. Hoe houd je alle ballen omhoog? Dat vraagt nogal wat…met slaaptekort… ik weet niet hoe jij dan reageert, maar ik kan dan vrij kortaf worden. En dus dan kan je jezelf op gedrag betrappen waarvan je vroeger dacht en naar je ouders keek van “dat ga ik dus nooit zo doen”; en dan zie je het jezelf [doen/] herhalen. En dus daarmee herhaal je dan ook eigenlijk die pijn die jij vroeger hebt gehad; en geef je die door. Als ouders mij bellen van “We hebben problemen met kinderen.”, dan zeg ik altijd: “Ik ga in eerste instantie met jullie werken en dan zien we het effect daarvan op de kinderen al dan wel of niet.” En in alle gevallen merk ik dat, op het moment dat ouders meer duidelijkheid hebben over hun eigen patronen, hun eigen dynamiek, hun interpersoonlijke dynamiek, hun eigen geschiedenis, hoe ze dat inbrengen in de relatie en waar dat naadloos op elkaar aansluit en ook keihard botst, [dat ze] op het moment dat je daar zicht op hebt en daar een vorm in weet te vinden om daarmee om te gaan met elkaar, daarin elkaar te zien, [elkaar daarin] te accepteren, dan kun je de klok erop gelijk zetten dat kinderen die energie oppakken en dus bepaald probleemgedrag niet meer vertoond hoeft te worden. Dus in plaats van “kinderen eerst”, wat ook echt centraal heeft te staan in een relatie, gaat het over “relatie eerst; en dan komen de kinderen”. Want die veilige bedding, die heb je nodig als ouder om het beste aan je kind te geven.

Bent u nou ook zo benieuwd welke bedding u uw kind mee geeft, neem dan eens contact op met Oscar.

N.B. Ik word veel gevraagd om mijn perspectief op relaties te geven. Nodig mij gerust eens uit als begeleider of spreker in je intervisiegroep. Vraag mij als coach en trainer bij je bewustzijns- en veranderings/transformatieprogramma. Wat ontdek jij over jezelf met de systemische bril op?

Wat doe je bij een play-mobil tafelopstelling?

Wat doe je bij een vloerankeropstelling?

Wat doe je bij een familieopstelling?

DIRECT AAN DE SLAG?

E-mail me op oscar@westravanholthe.com of bel en/of whatsapp me direct op +31 (0) 616261381.