Artikel: De acht energielekken van people managers, coaches en andere dienstverleners

De acht energielekken van coachende dienstverleners.

Oscar Westra van Holthe

leesduur: 25-30 minuten

Ken uzelve.

Socrates had het eeuwen terug al door. Wil je een ander van dienst zijn, of het nu in een consultant-rol is, als dokter, therapeut of als directeur, wie zichzelf niet kent, kan al snel leeglopen op de energiezuigende bewegingen van cliënten, klanten, of collega’s. Maar ligt het allemaal aan de ander? Grote kans van niet. Kort door de bocht noem ik hier de acht meestvoorkomende energielekken waar je mee te maken kan hebben als people professional. Deze komen niet uit de literatuur maar juist uit zelfreflectie op mijn praktijk als systemisch coach en begeleider. Welke van deze energievreters herken je in jouw dienstverlening?

1. Je kan het mooie niet doorgeven waarvan je weigert ‘t voor jezelf aan te nemen. Wie zelf een tekort heeft en niet voor zichzelf kan zorgen, kan onzer rijkdom niet doorgeven.

Inspiratie, blijdschap, geluk is alom aanwezig. Sta je hiervoor open? Kan je dit innemen? Mijn assumptie is dat de meeste mensen het meest dichtbij zichzelf komen wanneer het gaat over “het leven nemen”. Ikzelf voel in ieder geval mijn kwetsbaarheid wanneer ik een compliment ontvang. Mag ik dat aannemen? Het heeft even geduurd voordat ik de warmte en erkenning ook tot mij kon nemen, de hitte die zich in mijn lijf opbouwt te verwelkomen. Er zijn vele manieren hoe we deze rem onszelf hebben aangeleerd. Stel je zelf maar eens deze vraag: Mag ik gelukkig zijn, ook als anderen dat om mij heen niet zijn? Over dat schuldgevoel heenstappen, dat vraagt ook heel wat. Van schuld groei je. Dat houd ik mezelf dan graag voor. Daarmee doorbreek je een oude loyaliteit van vroeger. De energie kan van boven (het spirituele, de droomwereld, ideeën, idealen, vergezichten, visies) komen, maar ook vanuit de aarde (het in contact staande met de realiteit, de pijn, het geweld, maar ook het voedzame en ondersteunende). Waar we in het Westen meer naar de dromen-bovenwereld neigen, beginnen de Ooserse filosofieën meer met hun grond(ing). Bij het niet tot je nemen van energetische voeding (naast eten en drinken ook sociale vriendschappen of het ontwikkelen van een hobby) blijft er minder energie over om door te geven. Immers, aan een batterij die je niet oplaadt, heb je op den duur heel weinig. Laat jij het energetisch veld – dat wat jou toevalt aan handelingen– leidend zijn in je aanpak? Durf jij erop te vertrouwen dat jouw ingeving en intuïtie precies klopt en het juiste aangeeft? Vaak maken we beslissingen op basis van een “hunch”, een idee dat iets wel waar moet zijn, zonder dat we precies weten waarom. Op het moment dat we voor de wijsheid van het lichaam –als doorgeefluik van dat wat groter is– kunnen kiezen, is er meer om te delen. En er is altijd meer dan genoeg voor iedereen. Immers, je bent alleen maar een “messenger”, een “channel” van iets groters dan jezelf. Dat is niet alleen iets spiritueels. Dat is hoe we vaak geleid worden, als we er maar naar durven te luisteren. De rode draad wordt vaak achteraf pas zichtbaar. Welk eigen geluk neem je niet door je coachrol? Waar blijf jij in je trauma zitten door met mensen met een vergelijkbaar trauma te blijven werken? Wie zich niet voedt, gaat dood.

2. Je zit volledig in de afstemming met de ander, waardoor je niet meer voor jezelf –en dus de langdurigheid– van de relatie in kán staan. Grenzeloosheid kost je de relatie.

Ik weet nog goed hoe ik mij vaak weggecijferd heb. In de aanpassing met de ander stelde ik mijn behoefte –bijvoorbeeld aan een pauze of eigen inbreng– uit. Mijn nieuwsgierigheid, die ene vraag van mij, ach, die kan nog wel even wachten, nietwaar? Niet dus. Immers, het bouwt spanning op in jezelf. En die moet er op één of andere manier uit. En nog steeds betrap ik mij er op dat ik mezelf inhoudt, onder het mom dat “ik er volledig moet zijn voor de ander”, dat “de ander het vast meer nodig heeft dan ik”, dat “ik niet teveel moet zijn” of een variant daarop. Mijn aandacht en afstemming is in dat moment volledig bij de ander. Contact is echter tweezijdig: ik moet er voor mezelf zijn, wil ik er voor jou kunnen zijn. Ken je ‘t dat je wel eens afgeleid wordt door gedachten en dat je eigenlijk niet hebt gehoord wat de ander nou zei? En dat je dan verwachtingsvol wordt aangekeken? En dat je dan iets eruit brabbelt? Of ben je zo eerlijk te zeggen dat je even afgeleid was? In het 100% bij de ander zijn, waarin een prachtige kwaliteit van (hoog)gevoeligheid schuilt, gaan we vaak over onze eigen grenzen heen. Soms bewust (bij het op je tanden bijten), maar heel vaak onbewust, zonder dat we ’t doorhebben (bijvoorbeeld als je even afgeleid bent, op dat moment ben je vaak ergens op een plek geraakt waar ’t te spannend is om bij te kunnen blijven). De vraag is dan ook: mogen we hier samen zijn? Mag ik iets nodig hebben, ook als jij wat nodig hebt? Mag ik gelukkig zijn, ook als jij dat niet bent? Of is het een oorlog waarin het over het overleven van de ene of de andere gaat? Gewenning kan in dit ultieme aanpassingsproces een grote rol spelen. Wanneer je de hele dag de radio aanhebt, went dat op den duur. Dwz, je past je eigen gevoeligheid aan de prikkeling in je omgeving aan. Ikzelf heb al sinds 10 jaar geen televisie meer. Zodra ik een scherm zie, dan word ik ernaartoe getrokken. Zo ontwend ben ik eraan. Terwijl als ik in Italië ben, waar menig televisie in restaurants op maximale volume zich met het gekakel van Italianen schalt, is het net alsof ik het niet hoor. Aan het eind van de avond, bij thuiskomst, merk ik dan dat ik eigenlijk best moe ben. Ik moet toch weer even bijkomen van alle indrukken. Zo kan het in het contact met andere mensen ook zijn. Wat neem je voor lief bij de ander, terwijl dit je diep van binnen eigenlijk erg raakt? Waardoor geraak je over je grenzen? Vind je jezelf toch nog op kantoor, terwijl je bijtijds naar huis wilde? Wie niet aanwezig is in het contact, en dan bedoel ik, zich bewust van zijn of haar lichaamssensaties, en daar een eigen innerlijke escalatie-kaart, route-terug-uit-het-oerwoud, niet voor heeft, werkt zichzelf dieper in de nesten. Het is net als een knoop in je veter. Harder trekken heeft geen zin, dan komt ‘ie vaak vaster te zitten. Juist door even de tijd en de rust in te bouwen de “veter” in jezelf te observeren, er even als het ware een innerlijke foto van te maken, de ervaringsfilm van binnen even af te spelen, juist in het contact met de ander, kan zorgen voor minder energieverlies. Ook al is het een druppeltje energie per keer. Een kraan die uit een watertank drupt, op den duur zal de watertank leeg zijn. Jezelf tekort doen in de relatie, hoe cliché het ook klinkt, dat doet geen van beiden goed. Immers, de ander zal wel uitkijken je nog een keer voor iets te vragen. Dat is ook één van de de redenen dat zieke mensen vaak niet over hun drama praten met andere mensen – omdat ze dan ook nog zorg moeten dragen voor het welzijn van anderen, terwijl ze in feite hun handen aan zichzelf al vol hebben. Echter, doordat ze zo met de ander bezig zijn, kan het ook zijn dat ze zichzelf niet voelen, waardoor verbetering van de situatie langer duurt, maar waardoor je tevens niet aan je eigen pijnlijke stuk hoeft. Paradoxaal genoeg is de energie die je gebruikt om met de ander bezig te zijn dus in de eerste plaats niet duurzaam voor jezelf, maar dus ook niet voor de ander. Immers, op den duur is de tank leeg. In dat geval is gezond egoïsme, ook wel positief egoïsme niet alleen een voorwaarde voor de relatie, het is ook het enige wat deze op lange termijn recht doet. Bovendien kan je de energie die je in het onderdrukken van je echte emoties voor iets veel beters dan dat gebruiken – voor de verdieping van je contact met de ander. Het is vergelijkbaar met het onder water houden van een bal waar je niet aan wil. Dat kost veel energie. En het plotseling loslaten ervan, waardoor de bal in de lucht schiet, maakt vaak meer kapot dan je lief is. Één moment met een woede-uitbarsting (en geweld) kan jouw en anderman’s leven tekenen. De energie die je dus niet in zelf-zorg stopt in de relatie en in het moment, geeft een nare bijsmaak aan het contact met elkaar. Een afhankelijkheid van de ander ontstaat: zodra jij wordt erkend door de ander, voel je je pas goed over jezelf. Dat is gevaarlijk. Immers, houd je nog steeds van jezelf, los van of de ander jou op dat moment mag? Kan je het conflict in behoeftes op de korte termijn verduren voor die van de lange-termijn? Op het moment dat we deze spanning niet kunnen “containen”, dan druipt die energie weg. Beetje bij beetje is uiteindelijk toch een heleboel. Terwijl het tegenovergestelde ook waar is. Wanneer je steeds weer ook goed voor jezelf zorgt in de relatie, is er meer om te delen. Denk maar eens eraan hoe het is elke dag 10 euro in een spaarpot te doen, aan het eind van het jaar heb je een kleine 4k te besteden. Doe je dat niet, omdat je alles wil weggeven in het moment, dat kan, maar zorg dan tenminste voor oplaadtijd na je contact met anderen. Een concept dat voor mij werkt is het “meetings met mezelf” – tijd voor mezelf, om bijvoorbeeld dit soort reflecties neer te pennen. Het geeft mij energie dit te delen, omdat daarmee mijn bewustzijn betekenis krijgt. Hoor je mijn verlangen naar erkenning? Op het moment dat ik mijn levensgeluk af laat hangen van jouw reactie, zit ik voor de volle 100% in deze categorie van zelf-verloochening.

3. Je voelt de ander zó goed aan, dat het makkelijker is een interventie bij de ander te doen, dan je eigen stuk aan te gaan. De formule mist een cruciale schakel: jou als mens.

Dit is een paradoxale energlielek. Juist om je gevoeligheid naar de ander toe word je gevraagd. Als klap op de vuurpeil word je ook nog voor juist deze kwaliteit beloond en betaald. Houd er dan nog maar eens mee op om je niet op de ander af te stemmen! Laat ik een anecdote vertellen over hoe deze energielek kan gaan. Afgelopen week kwam er een man naast mij zitten. Hij zag er in mijn ogen een beetje “onverzorgd” uit en het woord “tekort” stond op zijn voorhoofd geschreven. Een groot gapend gat zat tussen zijn benen, de kou waaide er doorheen. Ik verdween bijna in de kou die uit deze windtunnel kwam. Ook deed zijn kledingstijl en zijn baartje me aan mijn grootvader denken, een scharrelaar van jewelste wat betreft “dingen op de kop tikken” voor een prikkie. In mijn loyaliteit naar mijn grootmoeder bemerkte ik dat ik in de hoek van afkeuring zat, fysiek kwam zelfs walging op. Zoals je al begrijpt, een goed begin van een “gezellig en open gesprek”, ahum. Het duurde even voordat ik mij dit alles bewust was. Duidelijk was dat deze man iets in mij losmaakte. Omdat ik niet in de oude patronen wilde schieten van “het ontwijken” van dit stuk tekort in mijzelf –door bijvoorbeeld aan de andere kant van de tafel te gaan zitten zodat verder conversatie-contact onmogelijk was– of in het niet-erkennen van de persoon erachter, knoopte ik een gesprekje aan. Op een gegeven kwam het zover dat hij mij een compliment gaf – voor mijn ontwapenende creativiteit of iets dergelijks (ja, zelfs achteraf kost het mij nog moeite deze liefde in te nemen, zie energielek nummer 1). Dit was het moment waarop ik mij uitgenodigd voelde ook in te brengen over hoe hij op mij over kwam. Een beetje bot vond ik het wel, te zeggen dat ik hem er “armoedig” uit vond zien. Mijn eerlijkheid kon gelukkig goed ontvangen worden.  Phew. Dat kwam vast omdat hij energetisch therapeut was! Anyways, ik merkte dat ik vrij scherp op hem was, “rake teksten” zou je kunnen zeggen, tot op het punt dat hij mij vroeg hoe ik met mijn eigen tekort omga. “Ja, dat was niet de bedoeling!” hoorde ik mezelf denken. Op dat moment werd ik mij ervan bewust hoe pijnlijk het in mijzelf voelde om hem zo in dat “tekort te zien zitten” (lage fee voor zijn services, het niet altijd rond krijgen van de financiën en de voortdurende overlevingsmodus waarin hij verkeerde raakten mij toch nog ergens diep). Het was zo herkenbaar. Au! En ik was juist nét zo blij dat ik niet meer in die fase van mijn praktijk en in mijn familie-opstellingenwerk zit! Dacht ik dat ik er klaar mee was, komt het toch alsnog weer langs! Oprecht kon ik hem wensen meer “in overvloed” te leven. “Hoe zonde dat mensen die met de onzichtbare lijntjes bezig zijn, zó niet worden erkend door deze maatschappij waarin we leven!” Om een lang verhaal kort te maken, in het contact met deze man, wat ook een cliënt had kunnen zijn, voelde ik me zoveel veiliger iets te zeggen over hem, dan het inbrengen van het tekort dat ik zelf ook zo goed ken. Het vraagt telkens weer heel wat moed om jezelf onder de loep te nemen in het contact en op het moment zelf. Lukken die twee dingen terwijl je met de ander zit? Of kan je er tijd voor maken achteraf? En de hamvraag: durf je het in te brengen zodat het de interactie zuiverder maakt? In tegenstelling tot wat veel “professionals” hebben geleerd, het “jezelf” buiten de relatie tot je cliënt houden, heb je wel eens nagedacht over welk deel je van je persoonlijkheid, gave en menselijkheid ontkent wanneer je dat doet? Welke bal van jezelf houd je “als professional” onder water, terwijl dat juist de reden is dat de cliënt jouw gevonden heeft? Elk contact is uniek. Het is zonde een deel van jezelf weg te stoppen in het moment en in het contact met je klant. Dat voelen mensen toch immers haarfijn aan. En hoeveel energie kost het wel niet iets super-menselijks onszelf op te leggen? Hoe onredelijk zijn we naar onszelf als we “perfect bij de ander willen zijn” nastreven? Hoe meer we onze eigen menselijkheid ontkennen als arts, consultant of therapeut, met hoe meer energieverlies we te maken hebben. Ieder is een mens met een eigen unieke inbreng. Je hebt jouw eigen weg met die van de cliënt te bewandelen. Het is zonde van de energie om ons krampachtig in het keurslijf van de organisatie of ons beeld van “onafhankelijke professional” te persen. Die bestaat namelijk niet. Laten we daar ook niet naar streven.

4. Je bent zó hard bezig met het dichten van andermans gaten (iets dat je per definitie niet voor hen kan doen), dat het dweilen met de kraan open wordt. Niet aan beginnen!

Je wil oprecht andere mensen helpen. Je bent er klaar voor. En dan is het moment daar, de eerste klant meldt zich. En, ook al doe je nog zo je best, het lijkt maar niks uit te maken… of je hebt echt alles al geprobeerd bij die ene medewerker… je neemt zijn werk over…je hebt de meest complexe workload al verdeeld over collega’s…en nog steeds maakt diegene er een potje van. Waar zit diegene met z’n hoofd? Past deze wel binnen de cultuur en binnen het profiel van de organisatie? Waarom gaat diegene toch steeds weer over de scheef? Je kan als collega of leidinggevende zelfs op het punt komen dat je aan jezelf begint te twijfelen. Wanneer we echter echt heel eerlijk zijn, niet alle drama om ons heen kunnen we voorkomen. We kunnen een eind komen met het voorkomen van leed, maar er definitief een einde aan maken? Daarvoor is het leven een te groot samenspel van “toevallige” omstandigheden, die veelal buiten onze beïnvloedings-zone ligt. Dat wil niet zeggen dat het uitgangsprincipe –dat wat je “aantrekt” dat dat je ook “toekomt”– je noodlot omvat, of waar je nog iets uit te zoeken hebt, niet meer opgaat. Op een groot deel van je leven heb je immers nog altijd wel zeker invloed. Zo kan je bewuste keuzes maken, bewust “ja” tegen het ene en (dus) bewust “nee” tegen het (vele) andere zeggen. Maar kan je ook met de consequenties van beide omgaan? Heb je zin om een nieuwe collega te zoeken? Heb je zin om iemand op straat te zetten waardoor diegene met een pensioengat komt te zitten? Nee, dus houd je nog even vol en doe je het er nog maar even mee. Echter, wanneer iemand niet 100% verantwoordelijkheid neemt (iets waar je bijna per definitie in schiet zodra je bij een groot bedrijf gaat werken, de impliciete boodschap is vaak “papa/mamma, zorg voor mij, en ik zal mijn best doen zodat je blij met me bent”), dan ben jij daar niet verantwoordelijk voor als leidinggevende, partner of collega. Zit iemand te lang op zijn plek? Dan heeft ook diegene dat laten gebeuren, soms zelfs moedwillig erop aangestuurd door “nog even te mogen blijven, maar dan wel ook met rust gelaten te worden door bijvoorbeeld met een gefakedte ziekte thuis te zitten”. Het is een beetje als een kind dat doet alsof ‘t ziek is, terwijl ‘t eigenlijk aandacht van mamma en pappa nodig heeft. Als je ‘t niet met je best doen krijgt, waarom ‘t niet op een andere creatieve wijze verkrijgen? Nu zeg ik niet dat iedereen die thuiszit en het op zijn of haar werk even niet ziet zitten, de boel voor het lapje loopt te houden. Immers, degene die met burnout thuiszitten zijn vaak namelijk de meeste gevoelige mensen voor de sociale onderstroom en scheve verhoudingen daarin! Soms is ontslag echter –hoe hard dit ook klinkt– een goede wake-up call. Wellicht gaat diegene eindelijk doen wat hij door “het gemak” uit de weg is gegaan – namelijk zijn unieke droom en levensweg nu echt te volgen. Het is nooit te laat om op te staan. Het is nooit te laat om datgene aan te gaan, dat wat een paar decennia in de ijskast heeft gestaan of heeft lopen broeien. Soms duurt een zwangerschap gewoon wat langer. Neem een voorbeeld aan Susan Boyle, de opera zangeres die op 47-jarige leeftijd in de televisieshow Britain’s Got Talent werd ontdekt of Joanne Rowling die na jarenlang in diepe armoede als alleenstaande moeder geweest te zijn wereldberoemd is geworden als auteur van de Harry Potter reeks. Elke dag kan je weer opnieuw beginnen. Ook al is het leven tekenen zonder gum, je kan wel van je levensreis leren genieten, of er op z’n minst waarde uit halen. Zo kan je alsnog aandacht geven aan datgene wat je eerder verzaakt hebt of nog niet eerder aan toe bent gekomen. Wanneer de wanhoop en machteloosheid toeslaat bij jou als partner, vriend of vriendin, familielid, of collega op het werk, wellicht dat je teveel van jezelf aan de ander (weg)gegeven hebt. In mijn relatie ben ik op het punt geweest dat we elkaar moesten zeggen “dat we elkaar niet kunnen helpen”. Niet omdat we dat niet zouden willen (graag zelfs!), maar omdat het onmogelijk is het gat te dichten van de ander – of dit nu onzekerheid, fysiek contact, of iets anders betreft. Het enige dat je in dat geval kan doen is de ruimte te creëren en de vaardigheden jezelf aan te leren om het hier met elkaar over te hebben. Die lagen helder te krijgen en daarover  te leren communiceren. Dat kan met een systemisch coach of door een training systemisch leiderschap bijvoorbeeld, maar ook door het continue te benoemen hoe je er op elk moment van samenzijn “bij hangt”. Soms is de identificatie met dat deel dat je leidinggevende niet wil laten zien zo groot, dat je jezelf in een rol voelt komen van de criticus, iets wat de leidinggevende in zichzelf niet wil erkennen. Dat is makkelijk afgeschoven op een teamlid, niet? Of misschien herken je wel dat de wanhoop van de ander zó sterk bij je binnenkomt, dat je in een ongekende rigitditeit en starheid schiet! Grote kans is dat je dan in een overdrachtspatroon zit met je collega of partner. Wanneer het niet ofwel tot verdieping van de samenwerking leidt dan wel een einde aan de samenwerking omdat dat ene nog het missende puzzelstukje was om afscheid te kunnen nemen van elkaar, zoiezo is het op z’n minst een waardig, respectvol en dankbaar afscheid dat je eraan overhoudt. Het uitspreken van onze machteloosheid en wanhoop als begeleider –om te zien of de cliënt dit herkent– kan ik iedereen aanraden. Het opent deuren. Sluit het juist een deur? Dan was het niet aan jou die deur te openen. Dan had je er eigenlijk ook niets te zoeken. Dat is per definitie verloren energie. Waar geen wil is, is helaas niet altijd een weg. Ken de grenzen van jezelf en de ander. Voordat je het weet ben je aan het dweilen met de kraan open. Daar wordt toch niemand gelukkig van? Pick your battles.

5. Het zwarte gat van de cliënt is zó sterk dat je erin gezogen en verstrikt raakt; je raakt als begeleider –zowel figuurlijk als letterlijk– de draad kwijt. Ren je door? Sta juist stil.

Er is altijd een reden dat een cliënt jou als zijn of haar begeleider kiest. Dat is onoverkomelijk. Het is bijna nooit toeval. In elk contact weer kan je over jezelf leren. Sta jij hier nog open voor? Of ben je de mening toegedaan dat jij enkel de ander wat te leren hebt? Zoiezo dat deze instelling om te leren iets van energie kost, namelijk die van “niet meegezogen te worden in het verhaal van degene die je begeleidt”. Steeds heb je je als begeleider terug te halen van waar je toe wordt verleidt – vooral bij weerstand van de cliënt– mee te gaan in de afdekking van het zwarte gat van de cliënt. Op onbewust niveau vibreer je altijd mee met degene die je begeleidt, behandelt, of coachedt. Het is niet alleen inhoudelijk, rationeel, wat iemand vertelt. Sterker nog: op lichaamsniveau gebeurt in de regel veel meer dan waarover inhoudelijk wordt gesproken. Lang verhaal kort: hoe minder bewustzijn je op je eigen thema’s hebt (speelt vooral bij vakinhoudelijke consultants die het menselijk gedeelte liever kwijt dan rijk zijn), hoe eerder je in het zwarte gat van de ander verdwijnt. Dat gebeurt automatisch. Daar hoef je niks voor te doen. Het gaat er dus om dat je jezelf steeds weer terughaalt, juist wanneer je de grond onder je eigen voeten voelt wegglijden. Daarom is het ook zo belangrijk dat je je eigen thema’s met je ouders, met jezelf, en anderen, daar tenminste (iet)wat van zicht op hebt. Het hoeft niet allemaal cristal clear te zijn, zolang het maar geen zwart gat is, of tenminste, dat je weet jezelf er weer uit te trekken. Immers, misschien is dat wel de definitie van professionaliteit: wetend dat je mens bent en je eigen zwarte gaten hebt, dat je hier desondanks mee kan zijn, ook in het bijzijn van een ander en zelfs misschien wel jouw ervaring in weet te zetten in de relatie met je cliënt, klant, of coachee. Elk moment weer valt die kans te pakken. Immers, de thema’s die wij hebben meegekregen van onze (groot) ouders kunnen in elk contact of niet-contact worden losgemaakt door degene met wie we (willen) samenzijn of samenwerken. Dat gebeurt hoe dan ook. En soms trilt dat zó sterk mee, dat we op dat moment radicaal eerlijk moeten zijn, naar onszelf en de ander. Dan moeten we bijvoorbeeld toegeven dat we degene op dit moment niet kunnen begeleiden doordat we in ons eigen stuk té zeer geraakt zijn. Het cliché-matige “Ken je eigen grenzen” krijgt daarmee lading. Die grenzen door en door te kennen doet de relatie recht – die met jezelf en die met degene met wie je werkt. Zolang we maar de identificatie met dat trauma-deel van de ander weten te doorbreken. Zolang we maar herkennen hoezeer ons eigen trauma mee-resoneert in de wiskundige formule die je met elkaar vormt. Zolang je de algebra steeds weer uit elkaar blijft trekken, ben je zo zuiver als je op dat moment kán zijn, bezig. Neem de persoon die het koud heeft. Omdat ik dit ook ken uit mijn verleden, de kou van eenzaamheid, is de kans groot dat ik deze soms wel eerder voel dan degene die ik begeleid. Je gaat immers als consultant of therapeut vaak voor in wat een cliënt meemaakt. Zo bemerk ik bij mezelf over het algemeen een paar uur voor mijn afspraak andere symptomen dan ik normaal vertoon, w.o. een starre nek, wanhoop, chaos, hoofdpijn, die dan later op de dag bij zeker één van mijn cliënten wel spelen. Is dat toeval? Nee, dat is voorvoelen. Of die ene keer dat je, voordat je een familieopstelling begint, je hart pijn doet. Dat kan je dan gebruiken als vraag: “Welk hartezeer speelt bij jou?” en dat dat precies raak blijkt te zijn. Dat is het voorgaan van de weg van je klant. Bij consultancy-klussen gebeurt het vaak in de dynamiek van het team dat op het project zit. Samenwerkingsproblemen? Hoe je dat intern (op een voor iedereen kloppende, passende en rechtdoende manier of juist niet) oplost, dat bepaalt ook het succes en het resultaat van je werk met de klant. Leer je in het proces echt wat over jezelf? Wedden dat je klant die diepgang ook gaat ervaren. Steeds dus weer terug naar je eigen kern, juist wanneer je jezelf in de veroordeling of de verhaallijn van je opdrachtgever vindt, dat is de oefening. Doe je dat niet, dan verlies je én heel veel energie én gaat een diepgaand leermoment verloren – één waarvoor je vaak jaren later nog dankbaar bent, ook al deed het toendertijd vast een beetje pijn je te realiseren hoe menselijk (dus fallible) je bent. Niets veranderlijker dan de mens. It’s true. Want je verandert door inzicht op deze laag te hebben. Daar je eigen lijn in te ontdekken, ook de lijn waardoor je uit je “eigen hum” wordt getrokken, dat voorkomt misschien niet dat je op jouw beurt verstrikt raakt. En als je dan verstrikt raakt, dat je dat kan inbrengen en de consequenties daarvan onder ogen ziet, zoals het onderbreken van de begeleiding. Of denk aan de kunde om ook in het moment, juist in contact met je klant je proces (in ieder geval van binnen) aan te gaan. De kleine innerlijke reis die je dan maakt, dat levert veel informatie en interventie-richtingen op, gestoeld op eigen ervaring en kracht, vaak precies datgene wat de cliënt ook nodig heeft. Ben je nog aan het begin van je bewustzijnsreis, dan kan het onderzoeken van dit relatie-proces en wat er gebeurt in het contact en in het moment veel energie kosten. Maar het is altijd minder op de lange termijn. Immers, wanneer je telkens weer jezelf (en dus ook je klant) her-traumatiseert, dát kost pas bakken met energie. Het is echt beter om bewust onbekwaam te zijn, dan onbewust onbekwaam, in welke zone je hier moervast zit, als je even niet oplet, niet wakker bent, of wanneer je “de weg van de minste weerstand” volgt. Grote kans ook dat je in de wanhoop van jezelf je de ander “de les hoort lezen” over wat diegene nu toch ècht anders zou moeten doen. Het wonderlijke daarvan? De kracht van preaching zit ‘m vaak niet in hoe het bij de ander binnenkomt; sterker nog, het hart sluit er juist eerder van; of de onzekerheid van het durven vertrouwen op de eigen innerlijke wijsheid door je cliënt neemt toe. De waarde van het “de ander de les lezen” zit ‘m er dan ook in dat je het jezelf hoort zeggen. Wat je tegen de ander zegt, zeg je dus eigenlijk in de eerste plaats tegen jezelf. Hier helder en transparant over kunnen en durven zijn als therapeut of begeleider, zorgt ervoor dat je geen energie verliest op het fixen van anderman’s problemen en dat je de bescheidenheid van je rol kent. Ja, het is heerlijk niet met je eigen drama bezig te zijn. Echter, vroeg of laat, “al is het probleem van de ander nóg zo urgent, de jouwe haalt je toch wel in”. Dat punt van machteloosheid en onmacht in jezelf te herkennen en niet daarmee het leed van de ander te overschaduwen door bijvoorbeeld de competitie aan te gaan (wie is er erger af, ik of jij?), de kunst is om daaruit te blijven. Die spanning te kunnen containen, dat het nu even niet om jou draait, maar om je cliënt, dat vraagt wat van je. Juist wanneer je geraakt bent, dat (van binnen of hardop wanneer het het proces van de ander dient) erkennen, daar gaat het hier om. Staande kunnen blijven terwijl je valt. Jezelf vasthouden terwijl je uitglijdt. Staan als een rots terwijl je je voelt als water. Wie zijn zwarte gaten niet kent, die verliest zeker energie op het zich staande houden. Op dat moment kan het namelijk zijn dat je (al dan niet bewust) meer bezig bent met het gat af te dichten van jezelf, dan dat je nog bezig bent met de cliënt. Je bent dan niet meer aanwezig in het hier en nu. Dan ben je in een kindstuk geschoten. Heb je geleerd jezelf er weer uit te halen? Hoe breng jij je steeds weer terug? Los een pauze in of adem bijvoorbeeld door je eigen trauma heen. Terwijl je dus van binnen kookt, bevriest, of wat dan ook, je blijft desondanks en dankzij dat in het contact met je klant. Die grenzen herkennen –je eigen of anderman’s pakkie an– voorkomt veel energieverlies bij zowel jou als hulpverlener alsook bij de hulpvrager. Je kan altijd de draad later weer oppakken. Alles op z’n tijd. Dat geldt voor de ander, maar ook voor jou. Ken je grenzen en je kan de hele wereld aan.

6. Het zwarte gat van de ander mag er niet zijn, dus je doet er alles aan het niet te zien of eromheen te werken. Echter, zonder licht, geen schaduw. Geen schaduw, geen zicht.

Ken je dat? Er dreigt iemand te huilen en de eerste staat al klaar met zakdoekjes. De impliciete boodschap? “Nee, niet huilen, ik kan dat niet aan, snel weg!” of juist “Kom maar met je tranen, dan kan ik je redden, wat heerlijk, dan weet ik in ieder geval wat me te doen staat!” of mag je de tranen gewoon laten stromen als deel van het onderzoeksproces? Als ware de tranen een soort “collateral symptom”? Wanneer je je eigen verdriet niet erkent, mag dat van een ander er ook niet zijn. Dan wordt het immers te veel van het goede. Dan kan het zijn dat je de ander op een rationele laag aanspreekt: “Je hoeft niet verdrietig te zijn!”. Wellicht presteer je het om een “stevig” evaluatie-gesprek met je teamlid te hebben, terwijl alles wat nodig was is te zeggen: “Ik zie jou en je tranen. Kom maar.” Als je je eigen verdriet echter niet kan dragen, niet aankan, niet weet hoe het is daar bij stil te staan, daar even bij te zijn, waarom zou je het dan wel bij een ander kunnen? Wellicht dat je heel symbiotisch als een soort van emotie-vampier toegang tot je eigen binnenwereld krijgt via de ander, maar zelfs dan heb je je eigen gevoel misschien liever niet. Het is te gevaarlijk daar zelf mee te komen. Samen ga je het wel even fixen. Of je doet alsof het probleem er niet is. Gezamenlijk ontken je datgene waar het hier om gaat: het gehoord of gezien willen worden van iets in jou, een emotie, of iemand waaraan jij loyaal bent, een (voor) ouder, of een thema dat nooit in de openbaarheid mocht komen. Dat wat niet gezien wil worden, bepaalt. Waar het bloed niet gaan kan, daar kruipt het, nietwaar? Zodra een klant zegt “dit is ons probleem, en XYZ houden we buiten beschouwing”, en je gaat daarin mee without questions asked, dan is de kans levensgroot dat je in de gezamenlijke afdekking zit. Je komt er vaak achter wanneer er steeds onverwachts weer meer konijnen uit de hoed getoverd worden. Het is alsof je klant net als Steve Jobs steeds weer met “and one more thing…” komt. Op dat moment zet dat al het voorgaande in een geheel ander daglicht. De aap komt letterlijk steeds weer uit de mauw. Was het dat je als consultant misschien ietwat goedgelovig was? Ooit had ik een klus binnen, die ik uiteindelijk geweigerd heb. De reden? De consultants die dit met me wilden doen wilden het huiswerk van eerdere consultants “over-doen”, zodat ze uren konden draaien. Ik heb mij teruggetrokken van de leiderschap en als hoofdaannemer van dit project. Waarom een exercitie doen als die al niet effectief bleek te zijn geweest? Waarom iets dat er al lag te ontkennen? Nog een voorbeeld: Ik begeleidde een team binnen een heel zakelijke omgeving. Er was duidelijk roering in het team. Op de vraag waar dit vandaan kwam, kwam na wat horten en stoten eruit dat hun leidinggevende een nogal botte mail had gestuurd. Iedereen vond wat van de boze toon maar durfde er niks van te zeggen. De angst stond in aller ogen. Onschuldig als ik was, net nieuw begonnen bij deze club, vroeg ik of iemand al had gevraagd wat de baas eigenlijk zo triggerde. Of ze ook wisten wat erachter lag voor ervaring, inzichten en stressfactoren voor hun leidinggevende? Als begeleiders en consultants hebben we wel vaker met gefrustreerde klanten te maken. Gelukkig zie ik agressie als een “ongelukkige uiting van liefde”. Verandert het beeld van de agressie-emotie, nietwaar? Kunnen luisteren naar de boodschap erachter, daar draait ‘t in de meeste gevallen om. Toen ik een aantal weken later met het team de evaluatie had, bleek één van de medewerkers met lood in de schoenen het aangedurfd te hebben eens te vragen aan hun leidinggevende vanwaar de boosheid nu toch kwam. Er kwam een heel verhaal dat deze ooit bijna ontslagen was door het niet aanleveren van het “juiste getal”. Sindsdien, wanneer vrijheid gepermitteerd werd in de totstandkoming van data, tja, daar reageerde hij nog met die lading op. Het was voor hem letterlijk: leven of dood binnen de organisatie. Zodra het team dit hoorde, respecteerden ze zijn behoefte en hoefde de leidinggevende –naast het aangaan van het niet afreageren van zijn trauma op medewerkers– de boze mails niet meer te versturen. Er kon met het verkregen begrip vanuit de professionele rol gereageerd worden, w.o. verduidelijkingsvragen gesteld worden. Met duidelijke criteria over het totstandkomen van de cijfers, bespaarden ze veel tijd en energie. Zo simpel kan het dus zijn, zolang je maar de moed hebt “het rondje om de kerk” –het ogenschijnlijk onmogelijke– bespreekbaar te maken. Of neem het bedrijf waarbij je –als je naar de wc moest– gebruik moest maken van het hoofdkantoor dat aan de andere kant van de gang zat. Hoe autonoom opereer je dan als bedrijfsunit? Door het niet bespreekbaar maken van de voortrekkersrol dat deze bedrijfsunit er ook mee verkreeg, bleef veel energie en competitiedenken tussen deze en de andere bedrijfsunits op andere locaties bestaan. In het contact met je cliënt gaat het er bij deze energielek om dat je de echte boodschap van hem of haar structureel negeert, deze onder het tapijt schuift. Je bent er letterlijk blind voor (omdat je bewust of onbewust mee in de afdekking bent gegaan, zie volgende punt) of je wil er gewoon zelf niet aan. Het is te pijnlijk of het komt te dichtbij. Laatst zat ik in een groep waarin twee mensen elkaar erg mochten. Wat ze gemeen hadden? Samen deden ze er alles aan om maar geen verantwoordelijkheid te nemen. In die kindrol hadden ze elkaar gevonden. Iedereen deed alsof het volstrekt normaal was dat zij vroeger naar huis gingen, terwijl anderen daardoor moesten overwerken. Dat conflict uit de weg gaan, dat bouwt zich op. Langzaamaan, totdat de emmer overloopt. Wie ruimt die waterpartij dan op? Als je van confronterend coachen houdt, prima, soms moet je de dingen erger laten worden voordat er een impuls tot verandering, totdat er een nieuwe beweging wel tot stand moét komen, maar is het al die niet-uitgesproken en opgebouwde frustratie waard? In mijn coaching en opstellingenbegeleiding zie ik vaak dat de weg naar volledige erkenning van een gevoel vaak iets langer duurt. Durf ik de spaghetti-bal te benoemen? Ik voel al (omdat ik de weg deels voorga van de cliënt) vaak waar het naartoe gaat (zonder te pretenderen dat ik een glazen bol heb). Voordat je bij de blinde woede en de erkenning daarvan bent, ga je vaak stapsgewijs daar naar toe, via een beetje irritatie en boosheid. En dan wordt het geleidelijk aan veilig genoeg om met meer van het onderliggende basisgevoel te komen. Hetzelfde geldt voor verdriet en machteloosheid. Hoe geduldig kan je zijn als begeleider? Hoeveel autonomie laat je bij de cliënt? Wat kan je allemaal van je coaches verduren en uithouden? Hoe minder getraind je hierin bent, hoe groter de kans op energieverlies op dit domein. Bovendien, omdat je “krampachtig” de aandacht bij de ander probeert te houden, terwijl in een relatie het om “geven en nemen” gaat, en het dus logischerwijze volgt dat ook jij komt met iets, al is het maar met een stuk compassie, doe je de werkelijkheid van een relatie geweld aan. Natuurlijk hoef je niet jouw ziel en zaligheid op tafel te leggen van je coachee, client of klant. Dan ga je weer te ver. Maar zonder de erkenning –dat jij dit bij de klant alleen maar kan herkennen omdat je dat zelf ook ergens in jezelf herkent– verlies je energie. Het fixen van jezelf via een ander is ook heel lastig. Wat als de ander niet meewerkt? Wat als deze niets voelt terwijl je je best als begeleider doet? Wat als je reputatie als coach van dit contact afhangt voor een vervolgopdracht? Moet je dan wel de relatie op het spel zetten? Gevaarlijk terrein, vooral wanneer je broodwinning van de gunfactor van je opdrachtgever, je coachee, of klant afhangt. Daarom vind ik het bijvoorbeeld fijn om een heel duidelijk begin en eindpunt van mijn coachingstraject af te spreken. Dan weet ik dat ik met alles kan komen dat er op dat moment in ons contact toe doet, zonder dat ik angst heb dat het contact om die reden verbroken zal worden. Dat komt er dan zoiezo al aan. Ik heb me bij die beperking al lang en breed neergelegd. En ik voel me vrij om all in te gaan. Zodra ik verwachtingen van vervolgopdracht bemerk, dan merk ik bij mezelf een zekere voorzichtigheid opkomen. Het is heel subtiel maar genoeg om mijn cliënt niet 100% om de oren te wassen. Nu hoef je natuurlijk niet los te gaan op iedereen, alles op de tijd van degene met wie je werkt, maar het gevoel niet alles uitgesproken te hebben, ik kan er maar slecht tegen. De paar keer dat ik er niet aan mocht komen bij mensen, daarbij heb ik gekeken of het ’t waard was er iets mee te doen. En soms lijkt het ook grote voordelen te hebben wanneer je de samenwerking opzettelijk vaag van duidelijke afspraken houdt. Het geeft je namelijk een soort vrijheid en onderhandelingsruimte, een soort schaduw-boekhouding. Het fijne daarvan? Beide partijen kunnen het uitleggen zoals ze zelf willen. Op de lange termijn levert het echter problemen op. Wie slaapt moet de consequenties nemen van dat wat in de tussentijd geduld en gedoogd is. Het kan dus goed zijn dat je –zodra je te lang ergens zit– dat je deel wordt van het meubilair. Dat is dan ook één van de redenen dat veel van mijn interventies in korte tijd gebeuren. Zo blijf ik uit het systeem van de klant. En ik ben minder gevoelig voor dat wat er is en er (vooralsnog) niet mag zijn. Ik ben straks tóch weg, nietwaar? En ik heb het vertrouwen dat mensen eruit komen, met de begeleiding en interventies die we samen gedaan hebben. Dat moet immers toch even uitwerken. Ik ga gewoon op een klein stukje van de persoon mee op zijn of haar reis. Daarbij geef ik wat ik heb en laat ik datgene achter wat bij diegene hoort. Omdat we op zo’n diep niveau werken raken we immers vragen aan waar je jezelf een leven lang op kan stukbijten. En dat vindt vaak op een onbewuste laag plaats. Het is als stof dat moet neerdwarrelen na een schoonmaakpartij. Lang verhaal kort: bij deze energielek geldt vooral het “wat je niet wil worden, dat word je juist”. Immers, dat waar geen licht op schijnt, daar kunnen geen bewuste keuzes gemaakt worden, dus daar word je naartoe getrokken. Het is heel hard werken, want bij elke ontkenning schreeuwt de stilte harder, tot op het punt dat je er niet meer omheen kunt. Zoals boven al genoemd, het bagetaliseren van datgene wat iemand opbrengt, maakt de loyaliteit aan dat weggestopte steeds groter. Denk aan de “verboden onderwerpen” op jouw afdeling: de ontslagen of dat ene ongeluk. Hoe vaak zie je niet dat huidige werknemers nog goed contact hebben met zij die weg zijn gegaan? Of denk aan het niet mogen hebben over wezenlijke conflicten tijdens het familie-kerstdiner. Hoe minder dat mag, hoe meer de behoefte er aan ontstaat. Het vraagt veel energie van iedereen om niet te reageren op iets dat je diep raakt. Energieverlies zit ‘m hier dus vooral in datgene stilletjes –onder tafel– te bestrijden in de ander. Of het zit ‘m erin dat je volledig in het verhaal van de ander meegaat, terwijl je er ondertussen geen biet van gelooft. Dit toneelspelen kost bakken met energie omdat we die spanning in asynchroniciteit niet kunnen verenigen. We moeten onszelf opsplitsen –bijvoorbeeld in “de meeprater voor de lieve vrede” en “de razende woede” over het voorgevallen incident. Het onderhouden van twee of meer subpersoonlijkheden kan veel energie kosten, vooral als ze ook nog onderling met elkaar in de clinch liggen. Dan lijkt ‘t ook nooit op te houden. Spoken verdwijnen gelukkig al snel door er met je zaklamp op te schijnen. Zonder licht, geen schaduw. Zonder schaduw, geen zicht.

7. Het zwarte gat van jezelf mag er niet zijn, dus dat van de ander ook niet, daarop sluit je een verborgen contract. Durf je de relatie niet op het spel te zetten, stop dan direct.

Het is zó pijnlijk de ander in zijn/haar zwarte gat te zien, dat je er een sport van maakt beiden in een verborgen contract te stappen, namelijk dat pijnlijke punt bij onszelf en bij de ander af te dekken, te doen alsof het “dicht” is, terwijl het een open bloedende wond is. Zo’n wond die iedereen ruikt omdat deze al zo lang loopt te etteren. Echter, door gewenning doen jullie alsof “het helemaal geen rol meer speelt”. Wel dus. Dit rollenspel, dat jullie beiden op de boventoon spelen, dat kost ontzettend veel energie. Immers, je moet steeds weer die kleine incongruenties dichten. Samen raak je dan verstrikt in het web van rationalisatie en “het jezelf bevestigen van dat het klopt”, terwijl je beiden weet dat het van geen kant zuiver is. Nou ja, het klopt dat je samen doet alsof het er niet is. Het klopt dat je er samen niet “aan wil gaan”. En dat je dus een maatje, een bondgenootje, hebt gevonden het lekker bij “de status quo te houden”. Je hoort je leidinggevende ’t al zeggen (ja een beetje sarcasme op z’n tijd is mij niet vreemd, ’t is mij te pijnlijk te zien hoe mensen in hun zwarte gat en afhankelijkheid worden gehouden, terwijl daar in principe geen reden whatsoever voor is): “Ja, ’t was zo’n heerlijke coachingsessie; heb weer lekker niets van mezelf hoeven aan te kijken”. Dat idee. Verloren tijd, geld en energie. In die tijd hadden we toch ook de wereld kunnen redden? Wanneer je dit toneelstuk gewend bent in te kopen, tja, hoe fijn is ’t als je kan aangeven dat “je alles geprobeerd hebt, zelfs coaching van de medewerkers”? Mij geen blaam als leidinggevende voor slechte resultaten, toch? Als inkoper van coaching en persoonlijke ontwikkeling ben je natuurlijk niet voor alles verantwoordelijk, echter, mijn inziens wel echt voor het stuk waarin je in een verborgen contract met je consultant, coach of therapeut zit. Ik hoor de (weliswaar beetje onethische maar veel vaker voorkomende dan-we-willen-toegeven) begeleider zeggen: “Jij geeft mij geld, ik kietel je een beetje, zodat je een excuus naar boven hebt, maar niet teveel dat je me niet meer inhuurt, want ik vind het veel te leuk en gemakkelijk om mee te kijken”. Deze vorm van verborgen contractering zonder bewustzijn erop bij professionals, zorgt er vaak voor dat er niets wezenlijks verandert. Een groot energielek, één die ik naar mijn smaak veel te veel zie bij de “traditionele” en verbale consultants alsook kleine zelfstandige coaches en therapeuten met eigen praktijk. Bij mij gaat het erom dat ik zo weinig mogelijk contact met je heb, zodat ik zo vrij mogelijk ben datgene in te brengen waarvan ik denk dat dat je helpt – of dat nu in de overdracht zit of in mijn identificatie met jouw thema is mij om het even– zolang je maar echt wat wezenlijks hebt om op na te kauwen. Het heerlijkst vind ik het wanneer cliënten naar mij toekomen. Dan is de hulpvraag en behoefte helder en word ik aangenomen voor wie ik als “professional” en als “persoon” ben. Bij mij kunnen ze iets uitzoeken over zichzelf in relatie met een mens van vlees en bloed. Heel grappig overigens dat ik dat in de derde persoon schrijf (ook hier zit nog een stuk acceptatie van dat mens-en-vlees-van-mezelf in verborgen, merk je het?). Anders gezegd: we klooien allemaal maar wat aan, dus juist ook ik als coach, therapeut, mentor en trainer. Dat we dat doen is niet het probleem echter. Dat we er niet eerlijk over zijn naar elkaar toe, dat zorgt voor problemen. Het is een energielek waar je met wat durf makkelijk doorheen kan prikken. Immers, wat bespreekbaar is en waar het licht op schijnt, dat kan niet langer in de donkere zwarte gaten groeien, dus energie wegkapen. Die verloren energie kunnen we juist stoppen in het richten van onze levensintentie, op elk moment van de dag, op elke in en uitademing. Het is het waard. Beloofd.

8. Je kan de ander niet loslaten. Deep down vertrouw je de ander zijn/haar weg niet toe. Hoe vast iemand ook zit, het is nooit aan jou. Jij bent nooit verantwoordelijk, in the end.

Nadat ik de zeven energielekken had opgetekend schoot mij deze nog binnen. Het is als hulpverlener maar soms lastig te beseffen dat de ander met of zonder jou ook wel stappen maakt. Die deemoed accepteren, het vraagt nogal wat bescheidenheid maar ook stevigheid. Op het moment dat je bemerkt dat de thematiek of de situatie van je klant of cliënt je niet loslaat, dan zit je in dit vak. Wanneer je nieuwsgierigheid onbedwingbaar is. Of wanneer je je niet kan voorstellen dat je deze klant niet meer hebt – er staat teveel op het spel. Natuurlijk kan je zijn dat je in het vijfde energielek (ingezogen in de thematiek van je cliënt) vastgeklemd zit. Maar er is nog meer. Ik kies er heel bewust voor een vast traject af te sluiten met mijn coachee. Ik vertrouw er dan op dat deze zijn of haar weg weer vindt. Immers, tot nu toe heb ik geen betere suggesties kunnen doen dan datgene waar mensen in hun eigen situatie zelf achter zijn gekomen. Natuurlijk kan het jouw rol als coach wel zijn de ander de ruimte, vaardigheid of het verlangen naar een laagje dieper te doen openen. Al staat de deur maar op een kiertje, de cliënt bepaalt of deze open of dichtblijft. Het is aan hem of haar eea wel of niet aan te gaan. Uiteindelijk is de thematiek dus ook van de ander. Het vertrouwen te hebben dat deze zijn of haar lot zelf kan dragen (en daar dus jou als redder niet voor nodig heeft), dat moet als begeleider rotsvast staan. Natuurlijk is het voor sommigen verleidelijk jezelf als alwetende op een specifiek werkgebied te beschouwen. En ja, zodra je een paar boeken en ervaringen meer hebt dan de omgeving ben je al snel een expert op een bepaald gebied. Echter, uiteindelijk gaat het erom dat de cliënt zelf weer verder kan; en dat op zijn of haar eigen wijze. Ben je nog onzeker over jezelf als coach, dan pikt een coachee dit op. Je zal de deal niet maken. Of zodra je verwachtingen aan een cliënt koppelt, bijvoorbeeld als je iets te graag aan de slag wil, dan schiet deze door die druk direct in zijn overlevingsmechanisme. En mocht je alsnog –na het uitspreken van het voorgevallene– met elkaar verder door één deur kunnen of deze helemaal loslaten, dan word je vanzelf weer aantrekkelijk om mee te werken. Sta je zelf sterk in je schoenen, dan trekt dat aan. Sta je in je eigen kracht, dan voelen anderen dat. Actief loslaten, ik oefen het nog elke dag. Er actief op te vertrouwen dat alles precies is wat dit moment nodig heeft, dat heet daadkracht. Soms is een container of de backup zijn van een coachee al genoeg om hem of haar zijn of haar problemen zelf –stap voor stap– te tackelen. Soms alleen al bereikbaar en beschikbaar zijn, dat doet al wonderen. Actief niksdoen, het blijft wennen. Maar het geeft ook ruimte, voor jezelf.

Wil je meer weten? Neem dan contact met me op via 0616261381 of oscar@westravanholthe.com. Ik doe individuele begeleiding met familieopstellingen alsook zakelijke cultuurscans.

One thought on “Artikel: De acht energielekken van people managers, coaches en andere dienstverleners

Comments are closed.